01-12-03

TIC 84: Rondom de Reep. Ferdinand Lousbergs Imperium

Rondom de Reep:

Ferdinand Lousbergs en zijn katoenfabriek

Guido Deseijn,

architect & stedenbouwkundige, adjunct van de directie Stad Gent, wetenschappelijk medewerker MIAT, Gent

De oorsprong van het katoenimperium van Ferdinand Lousbergs aan de Reep is merkwaardigerwijze te zoeken in de Molenaarsstraat, aan de andere zijde van de stad Gent.

Uit 1795 dateert aldaar de eerste vermelding van de katoendrukkerij van chitzen, catoenen & neus­doeken Smeulders & Lousbergs.

Zij waren de eersten die binnen Gent katoen bedrukten met kopere plaeten.

Een bedrijf dat Lousbergs senior nadien zelf volledig zou overnemen, als stichter van het eerste geïntegreerd Gentse katoenbedrijf.

 

Ferdinand Lousbergs (1799-1859) zou zijn eerste katoen­­­­spinnerij in 1823 oprichten binnen het voormalig klooster der capuccinessen aan de Reep.

De capucinessen, ook Grijze Zusters genoemd, vestigden zich in 1699 aan de Reep. Ze breidden er het voormalige klooster van de spinnessen of linnenspinsters uit, een kloostergemeenschap zonder vaste kloosterregel. In 1714 bouwden ze een nieuwe kapel aan de Seminariestraat, toen nog Wijngaardstraat genoemd.

Onder Jozef II werd het klooster een eerste maal opgeheven en in 1784 verkocht aan een zekere Van Poppelen om er een stoffenfabriek in onder te brengen.

In 1790 in eer hersteld, keerden de kloosterzusters terug en res­taureerden het pand.

In 1796 echter werden ze opnieuw verjaagd door de Franse bezetter die de gebouwen vernielde. Deze werden in 1813 door architect Van de Cappelle heropgetrokken als fabriek voor koopman Gomard Verhegghen. Van dat industrieel complex was de ingangspoort met Mercuriussymbolen hét pronkstuk.

Ferdinand Lousbergs verwierf dit pand in 1823.

Hij annexeerde ook de aanpalende tabaksfabriek en breidde zijn eerste spinnerij uit tot het gebouw dat er nu nog grotendeels staat (zij het dan in sterk gerestaureerde vorm, als onderdeel van een onderwijsinstelling). Ontwerper van de nieuwe fabriek was architect Ghuislain.

De centrale toegangspoort met de Mercurius-handelaarattributen onder het driehoekig fronton bleef tot op de dag van vandaag als blikvanger bewaard.

 

Met een bijdrage over de modernistische landschapstuin van het Sint-Bavo-instituut door Canneel-Claes (1935) en de stamboom van de Lousbergs!

 

Archeologisch onderzoek van de Lousbergsfabriek aan de Seminariestraat

Bert Acke,

Projectarcheoloog

Van 9 juli 2003 tot 8 september 2003 vonden er opgravingen plaats in de tuin van de Sint-Bavoschool langsheen de Reep.

Dit onderzoek kaderde in de voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie van de parkeergarage Gent-Reep.

De opgravingen werden gerealiseerd door de N.V. Seminpark, in samenwerking met het Stedelijk Parkeerbedrijf, de Zusters van Liefde, het Sint-Bavo-instituut, het aannemersbedrijf N.V. Wyckaert, het Architectenbureau Bernard Van Acker & partners, en de Dienst Stadsarcheologie van de Stad Gent.

Bij het archeologisch vooronderzoek werd onder andere een gedeelte van de funderingen van de voormalige Lousbergs-stoffenfabriek blootgelegd.

De kadastrale gegevens voor het onderzochte perceel zijn: afdeling 4, sectie D, perceel 1065p2.

Het onderzoeksvlak was west-oost georiënteerd, haaks op de Reep en evenwijdig aan de Seminariestraat, en viel uiteen in twee sleuven: sleuf A was 13 meter lang en 3 meter breed, de afmetingen van sleuf B bedroegen 104 bij 3 meter.

Op deze manier werd bijna de gehele lengte van de toekomstige parking bestreken.

 

De opgravingen die in de zomervakantie van 2003 plaatsvonden in de tuin van de Sint-Bavoschool in Gent, hebben voor het eerst een inzicht gegeven in het archeologisch bodemarchief van de wijk Overschelde.

Heel wat oudere sporen waren op het terrein echter vernietigd door de 19de-eeuwse Lousbergsfabriek, een textielbedrijf waarvan de massieve funderingsresten werden teruggevonden in de ondergrond. Deze funderingen maakten het mogelijk om zich ter plaatse een beeld te vormen van dit katoenbedrijf. In de westelijke hoek van het terrein bevonden zich de lage gebouwen van de weverij; meer naar het oosten lagen de spinnerijen en de stookruimtes.

 

Resten van de omgrachting van het middeleeuwse Hof ter Wyngaarde werden bij dit archeologisch onderzoek niet aangesneden. Het vele materiaal gevonden bij het onderzoek moet nog worden bestudeerd, zodat het waarschijnlijk is dat de bovenvermelde gegevens in de toekomst kunnen worden aangepast of verfijnd.

Ook de archeologische resten die bij het uiteindelijke uitgraven van de parking ongetwijfeld zullen worden blootgelegd, vooral in het westelijke deel, zullen een nieuw licht werpen op de occupatie­geschie­denis van dit stukje Gent.

 

Zoals de traditie het wil zit ook in dit laatste nummer van 2003 de Bibliografie Industriële Archeologie & Industrieel Erfgoed in België, nummer 12 al in de reeks!

Patrick Viaene, docent Hogeschool-Gent, Departement Architectuur, Audiovisuele en Beeldende Kunsten en beheerder van SIWE (Stichting Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed vzw) tekende terug voor dit unieke naslagwerk!

 

TIC, Tijdschrift voor Industriële Cultuur, deel 84, nummer 4 2003, 34 en 16 bladzijden, in kleurenmap.

Rijk geïllustreerd!

 

We danken hierbij heel speciaal nog eens onze sponsor, NV Geers Offset NV, zonder wiens steun deze fraaie uitgave niet mogelijk was geweest.



13:27 Gepost door VIATvzw | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |